Handelsgoederen zijn producten die je inkoopt om ze daarna onbewerkt door te verkopen. Je voegt er zelf niets aan toe, je maakt ze niet en je verwerkt ze niet. Je koopt ze in, zet ze op voorraad en verkoopt ze weer. Dat is de kern van wat zijn handelsgoederen in de praktijk betekent.
Het verschil tussen handelsgoederen en andere goederen
Niet elk product dat een bedrijf inkoopt, is een handelsgoed. Het gaat er vooral om wat je met het product doet. Koop je iets om het te bewerken of te verwerken in een eigen product? Dan zijn het grondstoffen of hulpstoffen, geen handelsgoederen. Koop je iets om het direct en onveranderd door te verkopen? Dan zijn het handelsgoederen.
Een voorbeeld: een bakkerij die meel inkoopt om brood te bakken, werkt met grondstoffen. Maar een winkel die kant-en-klaar brood inkoopt van een bakkerij om dat aan klanten te verkopen, werkt met handelsgoederen. Het product verandert niet van vorm of samenstelling voordat het bij de klant terechtkomt.
Wat valt er precies onder?
De definitie van handelsgoederen is bewust breed. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn handelsgoederen goederen die zijn ingekocht met de bedoeling ze zonder verdere bewerking door te verkopen. Onder de inkoopwaarde vallen ook de invoerrechten en andere bijkomende kosten die je betaalt om de goederen te verkrijgen.
In de praktijk valt er veel onder deze categorie:
- Kleding die een kledingwinkel inkoopt en onveranderd verkoopt
- Elektronica die een webshop inkoopt bij een groothandel
- Levensmiddelen in een supermarkt
- Boeken in een boekhandel
- Gereedschap in een bouwmarkt
Zolang het product geen bewerking ondergaat voor de verkoop, gaat het om handelsgoederen.
Waarom is dit onderscheid belangrijk?
Voor de boekhouding maakt het veel uit of iets een handelsgoed is of niet. Handelsgoederen komen terecht op een aparte post in de administratie: de inkoopwaarde van de handelsgoederen. Dit is een kostenpost op de resultatenrekening. Je trekt de inkoopwaarde af van de verkoopopbrengsten om te berekenen hoeveel brutowinst je maakt.
Als je handelsgoederen op voorraad houdt aan het einde van een boekhoudkundig jaar, verschijnen ze ook op de balans. Ze staan dan als voorraad aan de activakant. Dit geeft een duidelijk beeld van wat een bedrijf bezit en wat het heeft uitgegeven.
Wat als je een dienst levert én producten verkoopt?
Sommige bedrijven doen allebei. Een installatiebedrijf dat cv-ketels plaatst, levert een dienst, maar verkoopt ook de ketel zelf. De ketel die je inkoopt en doorverkoopt aan de klant, geldt als een handelsgoed. De uren die je maakt voor de installatie zijn dat niet. Die vallen onder de omzet uit dienstverlening.
Het is voor de boekhouding slim om deze twee stromen apart bij te houden. Zo weet je precies welk deel van je omzet uit producten komt en welk deel uit diensten. Dat helpt bij het berekenen van je winstmarges per activiteit.
Handelsgoederen en de btw
Wanneer je handelsgoederen inkoopt, betaal je daar doorgaans btw over. Als je btw-plichtig bent, kun je deze btw terugvorderen via je btw-aangifte. Verkoop je de goederen daarna, dan reken je btw aan je klant. Het tarief hangt af van het soort product. In Nederland gelden daarvoor het standaardtarief en het lage tarief, afhankelijk van de productcategorie.
Importeer je handelsgoederen van buiten de Europese Unie? Dan krijg je te maken met invoerrechten. Die invoerrechten horen bij de inkoopwaarde van je handelsgoederen en zijn daarmee ook een aftrekbare kostenpost.
Zo verwerk je handelsgoederen in je administratie
- Noteer elke inkoop van handelsgoederen apart in je boekhouding onder de post inkoopwaarde handelsgoederen.
- Bewaar alle aankoopfacturen. Daaruit blijkt de prijs en de hoeveelheid die je hebt ingekocht.
- Houd je voorraad bij. Weet je hoeveel je aan het begin en aan het einde van een periode in voorraad had, dan kun je de werkelijke kostprijs van de verkochte goederen berekenen.
- Verwerk invoerrechten en bijkomende aankoopkosten mee in de inkoopwaarde.
- Scheid inkoopkosten van handelsgoederen van andere kosten, zoals huur, personeel of kantoorbenodigdheden.
Handelsgoederen als basis van de handel
Bijna elk handelsbedrijf werkt dagelijks met handelsgoederen, ook als die term zelf niet altijd wordt gebruikt. Of je nu een kleine webshop runt of een groothandel beheert: zodra je producten inkoopt om ze onveranderd door te verkopen, heb je te maken met handelsgoederen. Een goede verwerking in de boekhouding geeft je inzicht in je marges en helpt je betere beslissingen te nemen over inkoop en prijsstelling.
Veelgestelde vragen
Zijn handelsgoederen hetzelfde als voorraden?
Handelsgoederen kunnen onderdeel zijn van de voorraden op de balans, maar de twee begrippen zijn niet hetzelfde. Voorraden is een bredere categorie die ook grondstoffen, hulpstoffen en onderhanden werk omvat. Handelsgoederen zijn specifiek de producten die je inkoopt om onbewerkt door te verkopen.
Wat gebeurt er met handelsgoederen die je niet verkoopt?
Handelsgoederen die je aan het einde van een boekjaar nog niet hebt verkocht, staan op je balans als voorraad. Ze worden dan gewaardeerd op hun inkoopprijs of de lagere marktwaarde, afhankelijk van de situatie. Ze verschuiven pas naar de kostenkant op het moment dat je ze verkoopt.
Tellen monsters of weggeefproducten ook als handelsgoederen?
Producten die je gratis weggeeft als monster of promotieproduct, zijn ingekocht als handelsgoed, maar worden niet doorverkocht. In de boekhouding kun je die kosten apart verwerken als reclame- of promotiekosten. Ze horen dan niet meer thuis onder de inkoopwaarde van de handelsgoederen die je verkoopt.
Kan een producent ook handelsgoederen hebben?
Ja, dat kan. Een producent die naast zijn eigen producten ook kant-en-klare producten van een ander merk inkoopt en doorverkoopt, heeft voor dat deel handelsgoederen. Het gaat altijd om de vraag of een product onbewerkt wordt doorverkocht, niet om wat voor soort bedrijf je bent.